Henk Brinkman

Het hierna volgende artikel betreft een verslag van een interview met de heer Brinkman dat in april 2000 in het clubblad heeft gestaan. Rogier van den Oever was de interviewer. 

Henk Brinkman

woonplaats: Ter Aar

geboren te Amsterdam in 1951

gehuwd, 2 kinderen

opleiding: H T.S. werktuigbouw in A ‘dam beroep: Technisch Inspecteur bij de R.D.W. in Zoetermeer

Op een natte Dinsdag in December begaf ik mij op weg naar Zoetermeer voor een gesprek met een toch wel gevreesd man voor autozelfbouwers.

Henk Brinkman heeft in het leven van menig Spartanbouwer een belangrijke rol gespeeld in zijn functie als Technisch Inspecteur bij wat nu bekend staat als R.D.W. Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie, de voormalige Rijksdienst voor het Wegverkeer.

Hij begon zijn carrière bij de dienst rond 1980 als inspecteur voor aanhangwagens en opleggers. In 1986 stapte hij over naar de afdeling personenauto’s en werd o.a. belast met het hele kitcar gebeuren. De afdeling veranderde een paar maal van naam, maar heet nu P.B.M. (Personenauto’s, complete Bedrijfsauto’s en Motorfietsen).

In Zoetermeer werken ongeveer 300 mensen, bij de kentekenregistratie in Veendam rond 600 mensen, terwijl verspreid over de keuringsstations in het hele land nog eens 400 man werken.

Ik heb Henk een aantal vragen voorgelegd en zijn antwoorden zo nauwkeurig mogelijk geregistreerd.

Hoe sta je tegenover het fenomeen kitcar?

Wel, heel positief. Het lijkt me, voor iemand die daar belangstelling voor heeft, een enorme uitdaging om een auto zelf te bouwen, vooropgesteld dat men de technische kennis in huis heeft om zo’n project tot een goed einde te brengen.

Zou je zelf ooit een kitcar willen bouwen?

Dat denk ik niet, ik weet van mezelf dat ik een perfectionist ben. Alles afgewogen denk ik dat mij dat aan tijd en geld zoveel zou gaan kosten, dat ik mezelf zou afvragen of dat de moeite wel loont. Ik heb bewondering voor de mensen die dat wel kunnen, maar ik denk niet dat het iets voor mij zou zijn.

Hoe vind je het dat de Spartanfabriek in Engeland ter ziele is gegaan?

Dat is nieuw voor mij, ik wist niet dat de fabriek niet meer bestond. Er werden weliswaar geen nieuwe Spartans meer ter keuring aangeboden, maar ik weet dat aan de verscherpte keuringseisen. Ik vind de Spartan uniek onder de kitcars door het chassis dat geheel uit plaatwerk is opgebouwd. De meeste andere kitcars maken gebruik van een spaceframe of van een zg. ladderchassis.

In Engeland zijn nog steeds tientallen kitcarfabriekjes, vind je dat een wenselijke situatie?

Ik vind van niet. Om aan de huidige eisen, die nu eenmaal aan het moderne vervoermiddel worden gesteld, te kunnen voldoen,  zal een fabrikant behoorlijk moeten investeren in ontwikkeling en beproevingen. Om deze kosten terug te verdienen zullen er aantallen gemaakt en verkocht moeten worden. De markt voor kitcars heeft echter een beperkte omvang.

Hoe waren je ervaringen met de Nederlandse Spartanbouwers?

Zonder meer positief. Als ik de Spartan vergelijk met    andere kitcars viel het mij op dat aan het uiterlijk heel veel zorg en tijd werd besteed, andere kitcarbouwers (Cobra’s) waren meer gefixeerd      op pk’s. Ook bij steekproeven viel de kwaliteit van de gebouwde Spartans op in de gunstige zin van het woord.

Stel de Spartan zou morgen weer op de markt gebracht worden, wat zouden de eisen zijn die aan zo‘n voertuig zouden worden gesteld?

Laat ik allereerst eens uit de doeken doen hoe de situatie vandaag de dag is met betrekking tot de keuringseisen in de landen van de Europese Unie.

Voor een personenauto die in grote aantallen vervaardigd wordt kan alleen nog maar een Europese typegoedkeuring afgegeven worden, waarvoor aangetoond moet worden dat het voertuig voldoet aan alle Europese Richtlijnen (zo’n 40 stuks). Hierbij zitten meerdere destructieve en kostbare testen. Deze typegoedkeuring moet in alle landen van de Europese Unie geaccepteerd worden.

Voor een personenauto die in kleine aantallen vervaardigd wordt en waarvan er maximaal 50 per jaar in Nederland geregistreerd kunnen worden, kan een Nationale Kleine Serie typegoedkeuring worden afgegeven. Ook hiervoor zal aangetoond moeten worden dat het voertuig voldoet aan de meeste Europese Richtlijnen. Destructieve testen (m.u.v. de test van de gordelbevestigingspunten) zijn echter niet vereist. Het is een nationale goedkeuring en de eisen in andere landen kunnen afwijken.

De derde mogelijkheid is een individuele goedkeuring. Ook dit is een nationale goedkeuring en geldt slechts voor één voertuig. Dit kan een normale productieauto zijn die, al dan niet, reeds eerder geregistreerd is geweest, maar het kan ook een zg. “zelfbouw”auto zijn. De te stellen eisen zijn daar dan ook van afhankelijk. De eisen voor een zelfbouw auto zijn het minst streng, echter onder een zelfbouw auto wordt verstaan een voertuig dat is samengesteld uit onderdelen, waarvan minimaal de dragende constructie niet bedrijfsmatig is vervaardigd. Vandaar dat een kitcar niet als “zelfbouw”auto aangemerkt kan worden, en dus aan dezelfde eisen moet voldoen als een individueel te keuren (productie) auto. Het aantal auto’s in de categorie zelfbouw dat ik ter keuring zie verschijnen is uiterst gering, dit jaar (1999) niet één, het zijn er hooguit een of twee per jaar en vrijwel altijd cabrio’s.

Wie bepaalt welke keurings-eisen aan dit soort voertuigen moeten worden gesteld?

De R.D.W. heeft een belangrijke adviserende rol richting Ministerie van Verkeer en Waterstaat bij de tot standkoming van de nationale regelgeving.

Er zijn een tweetal bouwers in onze club die nog geen kenteken hebben, wat zijn hun mogelijkheden om alsnog            geregistreerd te worden?

Alle Spartan’s die in de lijst “Restant Voorraad Regeling” voorkomen, een lijst die door de importeur is samengesteld, kunnen nog ter keuring worden aangeboden. De keuringseisen zijn die, welke op 30 september 1996 van kracht waren, het kenteken wordt dan ook afgegeven met een datum van eerste toelating van 30-09-1996.

Op die lijst komen voor; de auto’s van Baaijens, Potman, Zuidam, Maas, Lindencollege en Heemskerk.

(Dus Spartanbouwer zonder kenteken,... ende despereert niet! interv.)

Weet je, of kun je achterhalen wie de eerste Spartan in Nederland liet registreren?

Zoals ik al eerder heb opgemerkt ben ik sinds1986 betrokken bij de keuring van personenauto’s. Ik heb in het archief van mijn voorganger niets terug kunnen vinden. De eerste Spartans waren echter gebaseerd op Triumph’s en werden als modificatie op een bestaand voertuig geregistreerd en zijn als Spartan niet terug te vinden. Ik heb wel een schrijven waaruit blijkt dat al in 1977 Spartans door  H. van Aalstede van Nova Import werden geïmporteerd. Aan wie die zijn verkocht weet die importeur waarschijnlijk nog wel.

Er zijn een aantal Spartan eigenaren die we nog niet kennen en waar we graag mee in contakt zouden willen komen. Kun je ons daarbij op weg helpen?

Een brief schrijven naar het bureau kentekenregistratie in Veendam is naar mijn mening een mogelijkheid. De als Triumph geregistreerde Spartans komen echter op die manier niet tevoorschijn.

Tenslotte een laatste vraag; familie van de destijds bekende C.D.A. politicus?

Die vraag is mij al talloze malen gesteld. Het antwoord is nee  ~ althans niet voor zover mij bekend. Misschien een gezamenlijke voorouder~  want een zekere gelijkenis is wel aanwezig. (‘t konden broers zijn. interviewer.)

Rest mij nog je te bedanken voor dit vraaggesprek

en voor de tijd die je er voor hebt willen vrijmaken. De bouwers onder ons zullen blij zijn met de mogelijkheid alsnog een kenteken te kunnen bekomen.

 

Interviewer Rogier van den Oever